Onbeperkt plezier

28 mrt 2023

Soms denk ik dat ik iemand ben zonder een handicap. Zeker op het podium kan ik me dan even helemaal vrij voelen. Er zijn mensen die mij dan gauw uit de droom helpen. Een voorbeeld voor dat we nog een weg te gaan hebben.

Als ik praat, heb ik niet door dat ik een handicap heb. Tuurlijk, als mensen in een gesprek snel op elkaar reageren, merk ik dat mijn tempo wat lager ligt. Maar in mijn hoofd praat ik verder zonder moeilijkheden. Als ik mezelf terug hoor daarentegen, valt mij ineens op dat ik af en toe minder goed articuleer, en dat ik misschien wat meer aandacht had kunnen besteden aan het uitspreken van de woorden. “Oh ja, ik heb een handicap,” denk ik dan. Ik heb dus een naïef beeld van mezelf. In feite kan ik mijn handicap niet ontkennen, het kan ertoe leiden dat mijn boodschap niet overkomt. Tegelijkertijd leven we nog steeds in een wereld waarin je al gauw ‘anders’ bent, en dat anders-zijn, dat vinden mensen ingewikkeld.

 

Een act

Een tijdje geleden kwam er na afloop van een klus van mij als dagvoorzitter een vrouw naar mij toe. Ze zat naar mij te kijken tijdens mijn optreden en was in verlegenheid gebracht. Zij niet alleen, met een paar mensen om haar heen had ze zichzelf de vraag gesteld in hoeverre het echt was wat ik deed. Of het geen act was. De vrouw adviseerde mij mijn handicap te adresseren, zodat die olifant uit de kast was. Eerder had ik ook al zoiets gehoord van een paar bekende cabaretiers. Ik zou iets moeten doen met mijn handicap. Niet alleen om het te adresseren, ook omdat het een vat aan materiaal zou opleveren. Op zich een aardig bedoeld advies, maar toch voel ik me daar niet senang bij.

 

Alles uit de kast?

Op het podium wil ik namelijk vrij zijn, mezelf kunnen uiten zonder te moeten voldoen aan een soort keurslijf van wat de huidige maatschappij vindt. In het dagelijks leven wordt ik daarnaast al genoeg geconfronteerd met mijn eigen beperkingen. Alsls dagvoorzitter heb ik weliswaar te voldoen aan allerlei wensen, en dat is wat me ook zo trekt aan het vak. Maar hoe ik vervolgens presenteer, daarin wil ik de ruimte hebben om alles uit de kast te trekken wat ik wil – of er juist in te laten wat ik wil. Het plezier moet prevaleren, en dat plezier kan ik het beste uiten via mijn sterke kant – de humor, mijn gevoel voor taal – dan mijn zwakke kant – mijn handicap. En toch brengt zo’n opmerking mij aan het wankelen.

 

‘Een plekje’

Want is het niet ergens ook waar wat die mensen zeggen? Kan het niet ook juist tegen me werken als ik mijn handicap niet benoem en die vraag vervolgens mijn presentatie verstoord bij het publiek? Misschien is het ook wel zo dat ik weliswaar steeds vaker mijn handicap benoem als dit inhoudelijk relevant is, maar dat ik het toch nog te moeilijk vind om mijn handicap standaard te adresseren. Aan de andere kant: hoe inclusief zijn we als maatschappij als we telkens onze verschillen moeten benadrukken zodat de ander het ‘een plekje’ kan geven? Vergeef me als ik soms niet helemaal duidelijk spreek – ik heb dat dan niet in de gaten. Mocht dat ertoe leiden dat mijn grap niet goed valt, dan los ik het snel op. Want anders hebben we er geen plezier aan gehad.

meer berichten

Schrij­vend de win­ter door

Schrij­vend de win­ter door

Het vak van dagvoorzitter is een seizoensvak, de zomer en de eerste maanden van het jaar zijn doorgaans rustig. Bij het oprichten van mijn bedrijf had ik daar geen erg in. Maar zonder dat ik het wist, had ik er wel rekening mee gehouden. En dat helpt Jan Splinter door...

Het leer­za­me le­ven van een dag­voor­zit­ter

Het leer­za­me le­ven van een dag­voor­zit­ter

Soms vragen mensen mij wat ik zoal doe als dagvoorzitter. Dan moet ik in mijn hoofd altijd even mijn agenda tevoorschijn halen, want dat kan ik alleen maar met een paar voorbeelden vertellen. Om je een completer beeld te geven heb ik hier een overzicht aan klussen van...