Dag­voor­zit­ter zijn in een ge­glo­ba­li­seer­de we­reld

31 aug 2022

Als je een sprekend beroep hebt, is het niet zo handig te leven in een geglobaliseerde wereld. Het Engels lijkt in Nederland steeds meer een tweede taal te worden, maar dat beheers ik niet zo goed als mijn eigen moedertaal. Daarnaast kun je niet zo makkelijk in een land met een andere taal gaan wonen als je daar ook je beroep wil uitoefenen. Als dagvoorzitter leidt dat bij mij tot dilemma’s.

 

Uitermate vanzelfsprekend

Mijn moeder werkt op een basisschool voor kinderen met taal- en spraakproblemen. De woorden waar deze kinderen in het Nederlands moeite mee hebben, vervangen ze moeiteloos door Engelse woorden. Zo ontstaan er zinnen die half Nederlands en half Engels zijn. Mijn moeder heeft hierdoor de gedachte dat het Engels het Nederlands uiteindelijk helemaal zal vervangen. Dat zie je ook in de rest van de maatschappij. Steeds meer dingen worden met een uitermate vanzelfsprekendheid in het Engels uitgedrukt. Ik vraag me altijd af wat er mis is met het Nederlands. Is het de tolerante maatschappij waarin wij iedereen van dienst willen zijn, dat we zo makkelijke overschakelen op het Engels? Ik moet er niet aan denken dat ik straks in mijn eigen taal niet meer aan de bak kan als dagvoorzitter.

 

Hakken over de sloot

Soms word ik gevraagd om een Engelstalige bijeenkomst te leiden. In een professionele omgeving vind ik mijn beheersing van het Engels niet goed genoeg om me daarin als dagvoorzitter te verkopen. Het Engels is niet mijn sterkste kant. Op de middelbare school haalde ik het vak Engels met hakken over de sloot. Zelfs in het Frans, waarin ik een universitaire bachelor heb afgerond, maak ik nog basale fouten. Eerder schreef ik al dat het beroep van dagvoorzitter veel improvisatie vraagt. Daarin is de taal dienend: je moet je niet moeten bezighouden met hoe je iets zegt om compleet vrij te kunnen reageren op wat op dat moment gebeurt. Daarnaast heb ik een bepaalde manier van presenteren die ik niet zomaar in een andere taal voor de dag kan brengen.

 

Jeu en spontaniteit

Ik heb namelijk een vrij talige manier van presenteren. In een andere taal kan ik minder ad rem reageren en moet ik twee keer nadenken over een grap. Als op voorhand vaststaat wat ik ga zeggen, zou ik het kunnen. Maar dan is het ontdaan van alle jeu en spontaniteit. Dat betekent dat als ik Engelstalige bijeenkomsten zou willen leiden op hetzelfde niveau als Nederlandstalige bijeenkomsten, ik me eerst nog meer zou moeten verdiepen in de Engelse taal en cultuur. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik eerst de technische kanten van het dagvoorzitterschap onder de knie wil hebben, voordat ik me daarop ga richten. Gelukkig is de opkomst van het Engels in Nederland nog niet zo groot dat er geen Nederlandstalige bijeenkomsten meer worden georganiseerd.

 

Lunchcultuur

Ooit zie ik mezelf nog wel emigreren naar Frankrijk. Soms voelt het alsof ik in het verkeerde land geboren ben. Het is moeilijk uit te leggen, maar het heeft te maken met een bepaalde joie de vivre. Wij Nederlanders zijn soms iets té pragmatisch, een uitgebreidere lunchcultuur zou niet zo gek zijn. Maar als ik ga emigreren, kan ik mij in mijn werk niet zo makkelijk meer bedienen van mijn moedertaal. Voor een sprekend beroep zijn dat soort dromen daarom wat complexer. Ik zou óf het Frans zo goed moeten gaan beheersen dat ik het bijna als mijn moedertaal kan gaan beschouwen, óf ik zou moeten accepteren dat ik altijd in ieder geval gedeeltelijk in Nederland zal blijven. Want dat ik niet lang kan leven zonder op het podium te staan, staat voor mij wel vast.

meer berichten

Boek­be­spre­king: Han­di­cap. Een be­vrij­ding

Boek­be­spre­king: Han­di­cap. Een be­vrij­ding

De afgelopen weken las ik Handicap. Een bevrijding van Anaïs van Ertvelde. In dit boek onderzoekt ze op confronterende wijze het fenomeen ‘handicap’ in een politiek-maatschappelijke context. Het verhaal laat zien dat we als samenleving nog heel wat stappen te zetten...

De ba­sis­mo­de­ra­tie van John Ma­yer

De ba­sis­mo­de­ra­tie van John Ma­yer

Gisteravond was ik naar een concert van John Mayer in de Ziggo Dome. Hij bleek niet alleen een steengoeie muzikant, maar ook een begenadigd gastheer. Een analyse. De Ziggo Dome is een enorm grote zaal, er kan maar liefst 17.000 man in. Dat is krap 10 keer Carré! Het...

Aan de slag met de werk­a­gen­da

Aan de slag met de werk­a­gen­da

Onlangs heeft het ministerie van VWS de nationale strategie implementatie VN-verdrag Handicap vastgesteld. Een paar weken geleden had ik de eer de feestelijke bijeenkomst hierover te leiden. De teneur: het is een heugelijk feit, maar we hebben nog genoeg te doen. Een...